Inmiddels ben ik al bijna twee maanden in Gaziantep. De tijd vliegt, een dag lijkt hier maar 14 uur te hebben in plaats van 24. Het lijkt zo kort geleden dat ik in Amsterdam op het vliegtuig stapte!
We zijn momenteel met zestien internationale vrijwilligers in GEGED. Enerzijds is dat jammer, omdat ik daardoor niet de behoefte heb om Turkse vrienden te zoeken. Aan de andere kant is het erg prettig om met zoveel vrijwilligers te zijn, want er is altijd iemand te vinden om mee te praten, om mee uit te gaan, om mee te koken of om mee rond te hangen. Daarnaast merk ik dat het makkelijker is om met de andere vrijwilligers te praten over zaken als politiek en cultuur dan met Turken. Zo is het vrijwel onmogelijk om een gesprek over de Armeense genocide aan te gaan met Turken en ook over Turkse toetreding tot de EU zijn we snel uitgepraat.
In Gaziantep komen weinig toeristen en wij zijn als buitenlanders dan ook een grote bezienswaardigheid. Op straat worden we nagestaard, mensen roepen “yabanci!” (buitenlander!) en “how are you?” (het enige Engels dat ze kennen) naar ons. Soms is het grappig, soms vervelend, maar brutaal terug staren helpt altijd om ze de mond te snoeren.
Met mijn rooster ben ik tevreden. In het begin ging ik zes keer in de week naar een school voor hoogbegaafde kinderen. De school heeft alles, goede leraren en moderne apparatuur. Ik had niet het idee daar veel bij te kunnen dragen. Gelukkig heb ik mijn activiteiten kunnen veranderen. Ik ga nu vaker naar de basisschool om Engelse les te geven en heb oncology hospital als extra activiteit gekregen. Daarnaast ga ik twee keer in de week naar Münir Onat, een opvanghuis voor jongens tussen 10 en 20 jaar. We eten samen en daarna is er tijd voor kletsen, spelletjes spelen of samen voetbal kijken. Hoewel ik met de meeste jongens op dit moment niet een gezamenlijke taal heb, lukt het vaak toch om met elkaar te communiceren. Ook ga ik een aantal keer in de week naar Mosaic Course. Op woensdag zijn er volwassenen met een beperking die wij helpen met het maken van de mozaïeken, op donderdag zijn er kinderen met een bloedziekte. Tussen alle bedrijven door komen er soms wat straatkinderen aanwaaien. De stichting die de mozaïeken maakt, biedt tegelijkertijd ook onderdak en voedsel voor kinderen die op straat leven. Door te helpen met het maken van de mozaïeken steunen wij de stichting dan ook op twee manieren. Enerzijds zorgen wij ervoor dat mensen die niet deel kunnen nemen aan de maatschappij hun tijd zinvol kunnen besteden, aan de andere kant wordt er met de mozaïeken een leuk bedrag verdiend dat de stichting kan gebruiken om voor de straatkinderen te zorgen.
Naast het vrijwilligerswerk heb ik zes uur per week Turkse les. Dat lijkt veel, maar omdat Turks zo erg verschilt van het Nederlands heb je die tijd wel nodig om de taal te leren. In de eerste weken was ik er regelmatig van overtuigd dat ik nooit Turks zou spreken, maar sinds een tijdje blijven de woorden hangen en ben ik in staat eenvoudige zinnen te produceren.
In de weekenden is er tijd voor reisjes en feestjes. Ik ben nog niet naar zoveel andere steden geweest, maar zodra het weer beter wordt, ga ik zeker plaatsen als Sanliurfa, Antakya en Diyarbakir bezoeken!