Een gelukkig eerste weerzien vond plaats in ons hostel in Den Haag. Petflessen zelfgestookte rakija en sloffen sigaretten werden al snel overhandigd: goedkope genoegens uit het gebied waar wij Nederlanders al twee keer eerder verbleven. De deelnemers uit die gebieden, inmiddels goede vrienden, kwamen nu bij ons bezoek om verder kennis op te doen over de verschillende dimensies van de ontwikkelende dialoog tussen Servië en Kosovo. Dit gebeurde via zo’n drie studiebezoeken per dag aan verschillende ngo’s, instituties en gezaghebbende personen op dit gebied. Hier volgt een schets van twee van deze bezoeken, die de positie van Nederland illustreren.
Nederland speelt op tenminste twee manieren een belangrijke rol in deze dialoog. In Den Haag bevindt zich, ten eerste, het honk van de International Criminal Court for the Former Yugoslavia, liefkozend afgekort en aangeduid als ‘iktie’ (icty). icty berecht de oorlogsmisdadigers van de Balkanoorlogen uit de jaren negentig. Milošević, bijvoorbeeld, hoewel zijn proces nooit kon worden afgesloten doordat hij overleed.
De Nederlandse overheid bemoeit zich daarnaast op een andere manier met de Servisch-Kosovaarse verstandhouding. Onze huidige (demissionair) Minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, neemt een uitzonderlijk standpunt in tegenover de Servische aanvraag om kandidaat-lidstaat van de Europese Unie te worden. Nederland (Maxime) gaat hier alleen mee akkoord als Servië de voortvluchtige oorlogsmisdadiger Mladić uitlevert aan icty. Het is uitzonderlijk in die zin dat de rest van de eu (behalve België) zich al ten gunste voor het verlenen van de kandidaat-status heeft uitgesproken.
Eén van de eerste bezoeken was daarom aan icty. Hier ontmoetten wij Nena Tromp-Vrkic, één van de hoofdaanklagers in de rechtszaak tegen Milošević. Tromp-Vrkic stopte minstens tien jaar van haar leven in deze zaak. Het meeste ervan was voorbereiding: Milošević stond vanaf 2002 terecht, en stierf vier jaar later. Het proces werd tergend gestremd door de bureaucratie van het rechtssysteem. Het ligt daarnaast niet in de macht van icty om een post-mortem veroordeling uit te spreken. Dit leidde ertoe dat Milošević nooit werd veroordeeld. Dus nu liggen ze daar, stof te vangen in een opslagruimte, de verwezenlijking van jaren werk: de Milošević dossiers. Geen hond binnen icty die er iets mee kan.
Behalve misschien Tromp-Vrkic zelf. Hoewel het verloop van ‘haar’ zaak geleid heeft tot een zekere verbittering is zij nog steeds een bron van inspiratie en energie. Het beste wat je tijdens de studiebezoeken meemaakt zijn ontmoetingen met dit soort mensen: schijnbaar onvermoeibaar. Naast haar werk, zo vertelde ze, werkt ze aan een initiatief om de rechtsdocumenten te vertalen naar een historisch verslag van de zaak. Deze vertaling kan bijdragen aan een troostgevende allocatie ervan in de ‘collectieve herinnering’ van de samenlevingen op de Balkan: een moreel hoogwaardig initiatief.
Een volgend bezoek vond plaats in het Nederlandse parlement, aan de Tweede Kamerleden Han ten Broeke (VVD) en Harry van Bommel (SP). Voor onze gasten was het een aardige gebeurtenis om twee leden, van twee ideologisch tegenstrijdige partijen, met elkaar te zien katten tijdens deze ontmoeting. Het leidde tot het commentaar van één van de Serviërs: “Aren’t they supposed to fight?”.
Niet dat er nou zo druk gepolderd werd. Van Bommel was duidelijk: hij, en zijn partij, waren tegen het erkennen van de Kosovaarse onafhankelijkheid in 2008. Ook heeft hij geen vertrouwen in de toekomst van de nieuwe staat. Ten Broeke is positiever, en is van mening dat het ‘Westen’ Kosovo niet langer kan ontkennen. Bovendien ziet hij dat de mensen in de regio open staan voor samenwerking, bijvoorbeeld met icty. Beide komen echter overeen dat, nu Kosovo’s onafhankelijkheid lijkt te consolideren, de sticks and carrots van het Europese integratieproces een positieve rol moeten spelen voor de toekomst van het gebied.
Er moet nog hard aan de weg getimmerd worden; voor Servië is de uitlevering van Mladić een absolute voorwaarde. Het was al een fout van de eu om de Oost-Europese boevenstaten toe te laten treden, maar dit vormt geen grond om nu andere landen die (ook) niet aan de eisen voldoen op te nemen. Europese integratie is bespreekbaar, maar de Balkan landen moet hun onderlinge ruzies eerst zelf verder uitvechten, alvorens in aanmerking te komen.
Dergelijke ontmoetingen geven een aardig en belangrijk inzicht in hoe Nederland zich mengt in de discussie rondom Kosovo, Servië en Europa. Het is slechts een momentopname. Het wordt de geïnteresseerde (jonge) lezer aangeraden om haar of zijn eigen mening te vormen, door kennis te nemen van de vele ins and outs die deze situatie omringen. Hoe kan dit beter dan door
deel te zijn van de toekomstige generatie van Our Future Network 2010?
Het programma Our Future Network bestaat sinds 2003 en wordt georganiseerd door vredesorganisatie IKV Pax Christi en haar partners in Servië (Fractal) en Kosovo (Integra). Het programma bestaat uit drie studiebezoeken in Kosovo, Servië en Nederland, met Europese integratie als overkoepelend thema. Ook worden er door de deelnemers peer-to-peer activiteiten georganiseerd om hun ervaringen te verspreiden onder een breder publiek. Meer informatie over het programma kan gevonden worden op: http://ourfuture.ikvpaxchristi.nl en op http://www.ourfuturenetwork.eu